Home | 
Slapen | 
Slapen op een 4D waterbed | 
Wie vond het waterbed uit? De oudste
rapportering van het gebruik van waterbedden, dateert van meer dan 3000 jaar geleden. In die tijd
sliepen de Perzen op in de zon opgewarmde waterzakken van geitenleer. De eerste verdere
ontwikkeling gebeurde in 1851, toen de Britse arts Dr. William Hooper de voordelen van het drukloze
waterbedoppervlak erkende en ze inzette bij de behandeling van bepaalde medische problemen. Hij
ontwierp en patenteerde een eenvoudige watermatras uit rubber.
Laat in de jaren 1960 verfijnde de Amerikaan Charles Hall dit concept en schiep door het gebruik van op dat moment moderne materialen en productietechnieken de pvc-watermatras. T.T.I. introduceerde begin jaren 90 van de vorige eeuw het concept van de zogenaamde soft-side, de zachte instaprand. De typische Amerikaanse waterbedden werden zo al snel van de markt verdreven en vervangen door hoogwaardigere Europese producten. In 2005 werd in Bree een revolutionaire stap verder in de evolutie gezet door het gebruik van 4D-pvc-folie, die vooral de levensduur en het slaapcomfort van de watermatrassen verbetert. Hierdoor werd voor het eerst sinds de jaren 60 een échte vooruitgang geboekt op het gebied van de gebruikte materialen. Charles Hall, Dr. Hooper en al hun voorgangers gebruikten allen water, de meest natuurlijke stof, als ondersteuning voor ons lichaam. Het water werkt als een anti-zwaartekracht apparaat. In die toestand van verminderde druk en schijnbare gewichtloosheid kan ons lichaam zich dieper ontspannen. Deze waterbedden waren zeer beweeglijk en in de beginperiode ook niet verwarmd. T.T.I. heeft steeds de door haar geproduceerde watermatrassen sterk gestabiliseerd. De eventuele hinderlijke bewegingen van het water werden vermeden. Watermatrassen kunnen sterk verschillen door het soort stabilisatie dat gebruikt werd. Zo kunnen we door een diepere slaap de verjongende werking van onze nachtrust versterken. Dat is in een notendop waar het bij zwevend slapen op een waterbed om gaat. |

De oudste
rapportering van het gebruik van waterbedden, dateert van meer dan 3000 jaar geleden. In die tijd
sliepen de Perzen op in de zon opgewarmde waterzakken van geitenleer. De eerste verdere
ontwikkeling gebeurde in 1851, toen de Britse arts Dr. William Hooper de voordelen van het drukloze
waterbedoppervlak erkende en ze inzette bij de behandeling van bepaalde medische problemen. Hij
ontwierp en patenteerde een eenvoudige watermatras uit rubber.